L'incontro 5
Terms
undefined, object
copy deck
- Lucia werkt in een dierenartspraktijk
- Lucia lavora in uno studio veterinario
- Bart houdt van dieren
- Bart ama gli animali
- Bart logeert bij een vriend
- Bart allogia con un amico
- Lucia is in vakantie
- Lucia è in vacanza
- maar zeg mij
- ma dimmi
- nog maar sedert een week
- solo da una settimana
- ben je tevreden?
- sei contenta?
- ik ben zeer tevreden
- sono molto contenta
- sedert wanneer
- da quanto tempo?
- jullie bezoeken een tentoonstelling
- visitate una mostra
- wij leren veel
- impariamo molto
- dansen
- ballare
- bewonderen
- amirare
- rusten
- risposare
- vliegen
- volare
- aankomen
- arrivare
- zij bewonderen
- ammIrano
- zij rusten
- ripOsano
- zij dansen
- bAllano
- studeren
- studiare
- jij studeert
- tu studi
- ik studeer
- studio
- jullie studeren
- studiate
- zij studeren
- stUdiano
- de 2 vrienden vinden een goede plaats aan het raam
- i due amici trOvano un bel poste vicino al finistrino
- het raam
- la fenestra
- elkaar terugzien
- rivedersi
- hoe is je nieuwe huis?
- Com'è la tua nova casa?
- werk je nog steeds in de post
- lavori sempre alla posta?
- ik werk in het theater
- lavoro in teatro
- het plein
- la piazza
- Mario ontmoet Luisa op het plein
- Mario incontra Luisa in piazza
- zij wachten op de bus
- aspettano l'autobus
- de trein voor Genova komt aan
- arriva il treno per Genova
- zij vinden geen plaats
- non trovano posto
- ze reizen rechtstaand
- viaggiano in piedi
- de lente
- la primavera
- het platteland is lelijk
- la campagna è brutta
- ze zijn blij elkaar terug te zien
- sono contenti di riverdersi
- ze spreken over de vakantie en het huis
- parlano delle vacanze e della casa
- de tuin van Luisa is groot
- il giardino di Luisa è grande
- het huis van Mario is niet in het centrum
- la casa di Mario non è in centro
- Luisa is actrice
- Luisa è attrice
- Piero logeert bij Anna thuis
- Piero alloggia a casa di Anna
- ik heb een oom die in een bank werkt
- ho uno zio che lavora in banca
- waar woont u
- dove abita?
- ik ben fotograaf
- sono fotografo
- wij werken bij een architectenbureau
- lavoriamo in uno studio di architettura
- werk jij op zaterdag?
- lavori il sabato?
- spreek je Italiaans
- parli italiano?
- ik spreek zer goed Italiaans
- parlo italiano molto bene
- op wie wacht je?
- chi aspetti?
- ik wacht op Bart
- aspetto Bart
- werkt u op zaterdag?
- lavora il sabato?
- ik werk ook op zaterdag
- lavoro anche il sabato
- ik spreek geen Frans
- non parlo francese
- wacht u op de bus?
- aspetta l'autobus?
- ja maar ze komt niet
- si, ma non arriva
- de Nederlandse vriend van Alberto studeert nog
- il amico olandese di Alberto studia ancora
- Andrea houdt van Susanna
- Andrea ama Susanna
- wanneer ben je thuis
- quando sei à casa?
- ik ben in Italie sedert een week
- sono in Italia da una settimana
- ik ben tandarts
- sono dentista
- hij is leraar
- è maestro
- hij is muzikant
- è musicista
- hij is arts
- è medico
- zij is lerares
- è maestra
- dokter!
- dottore!
- hij werkt in een tandartsenpraktijk
- lavora in uno studio dentistico
- hij werkt in een school
- lavora in una scuola
- hij werkt in een concertzaal
- lavora in una sala da concerto
- hij werkt in een ziekenhuis
- lavora in un ospedale
- veel groeten aan Simona
- tanti saluti a Simona
- jullie houden van dieren
- amate gli animali
- kortom
- insomma
- wij hebben een hond
- abbiamo un cane
- wij hebben een kat
- abbiamo un gatto
- wij hebben 5 kippen
- abbiamo cinque galline
- hebben jullie ook dieren daar
- avete anche animali li
- wat doet u
- cosa fa?
- ik ben hier
- sono qui