lição 6
Terms
undefined, object
copy deck
- rodar
- omdraaien
- posto
- positie
- cenas
- scènes
- sempre
- altijd
- arder
- branden
- gravar
- registreren
- peça
- deel
- cooper
- yoggin
- enforcar
- ophangen
- tiradente
- koosnaam
- perdoar
- vergeven
- amado
- geliefd
- exercer
- werken, uitvoeren
- mesmo idade
- zelfde leeftijd
- começar
- beginnen
- buscar
- halen
- edifício
- gebouw
- fundar
- oprichten
- fugar
- weglopen
- novela
- soapshow
- empregada
- werkneemster
- metade
- helft
- ensino
- onderwijs
- arfão
- wees
- tanto/a
- zoveel
- criar
- opvoeden
- sequinte
- daarna
- órfão
- weeskind
- bocejar
- gapen
- terrível
- vreselijk
- tornando se
- bekend maken
- renovar
- verbeteren
- chorar
- huilen
- faxineira
- schoonmaakster
- cabela
- haar
- povo
- volk
- destaque
- belangrijk
- selva
- bos
- obra
- werk
- pronanciar
- uitspreken
- batederos de carteira
- zakkenrollers
- trair
- verraden
- prosa
- tekst
- contador
- accountant
- caminhada na mata
- boswandeling
- poeira da rua
- stof van de straat
- dedicar se
- zich wijden aan
- favelado
- bewoner sloppenwijk
- crescer
- groeien
- mata
- oerwoud
- passar a roupa
- strijken
- dirigir
- autorijden
- conjunto
- gehele
- atender
- opletten, bedienen
- loucura
- waanzin
- cedo
- vroeg
- gastar
- besteden, verkwisten
- prometer
- beloven
- aproveitar
- proviteren
- sinuca
- snooker
- subir
- naar boven gaan
- puxa
- jeetje
- participar
- deelnemen
- conhecer
- kennen
- ninguém
- niemand
- sumir
- verdwijnen
- campo
- plantage
- ás vezes
- soms
- lavar a roupa
- de was doen
- subúrbio
- voorstad
- terra
- aarde
- cargo
- funktie
- levantar
- opstaan
- formar se
- afstuderen
- falecer
- overleden
- de vez em quando
- nu en dan
- zona franca
- taxfree gebied
- incêdio
- brand
- vasta
- groot, uitgestrekt
- levar
- meebrengen
- tratar de
- zorgen voor
- sogra
- schoonmoeder
- sono
- slaap
- pegar
- pakken
- rural
- binnenland
- rejeito
- verwerpen
- cansativo
- vermoeid
- iniciar
- beginnen
- descer
- dalen, uitstappen
- sofrer
- doormaken, lijden
- ganhar
- winnen
- prova
- bewijs
- alma
- ziel
- ensionar
- leren
- em sequida
- vervolgen
- esperar
- wachten, hopen
- talheres
- bestek
- tratar
- behandelen
- cedinho
- vroegjes
- arrumar
- opruimen
- por isso mesmo
- precies daarom
- dentadura
- gebit
- assessores
- leden van een evaluatieteam
- próximo/a
- volgende, naderende
- reunir
- verenigen