This site is 100% ad supported. Please add an exception to adblock for this site.

zaad fysiology

termen zaad

Terms

undefined, object
copy deck
groeiregulator
hormoonachtige stof die de groei en ontwikkeling kan planten of zaden binvloeden
doekenmachine
zaadschoningsmachine waarbij de schoning berust op de mate waarin het zaad aan een bepaald soort doek blijft hangen
LEA-eiwitten
Late Embryogenesis Abundant proteins; typische eiwitten die aangemaakt worden aan het einde kan de zaadvorming en die waarschijnlijk een rol spelen bij de totstandkoming van uitdroogtolerantie
zaadhuid
de buitenste lagen van het zaad
Celdifferentiatie
cellen krijgen andere functies
zuiverheid
het gewichtspercentage van een zaadpartij dat bestaat uit intacte zaden van de juiste soort.
middellange bewaring
bewaring van een jaar of tein
mesocarp
middelste laag van de vruchtwand
NUcellusweefsel
het moederlijk weefsel tussen de embryozakmoedercel en de integumenten
vigor
kiemenergie, het geheel van zaadeigenschappen die bepalend zijn voor de snelheid van keiming onder minder gunstige omstandigheden.
vruchtblad
een onderdeel van het vruchtbeginsel: een of meerdere vruchtbladen vormen samen de vrucht
halfdoorlatend
de eigenschap van membranen dat water er zonder problemen doorheen kan, maar opgeloste stoffen net. semi permeable
enzymen
Regelstoffen in de cel die elk een specifiekechemische reaktie kataliseren, enzymen bestaand grotendeels uit eiwit
lekken
het weglekken van oplosbare stoffen uit zaad bij imbibitie
handelzaad
zaad dat bedoeld is als uithangsmateriaal voor de productie van een commercieel gewas
zaadhuid
de beshermende buitenste lagen van een zaad
F1 hybride
Een ras dat gemaakt is door twee ouderlijnen met elkaar te kruisen
integument
de wanden van de zaadknop, die zich na bevruchting ontwikkelen tot zaadhuid.
epicotyl
het deel van de zaailing tussen de cotylen en het eerste blad
evenwichtsvochtgehalte
De RV waarbij zaad van een bepaald vochtgehalte netto geen vocht met de omgevinguitwisselt
regeneratie
het verschijnsel dat uit 1 cel een complete plant groeit via weefselkweek
vochtgehalte
het gewicht aan water in een zaadmonster, uitgedrukt als gewichtspercentage van het totale zaadgewicht
haploide
cel heeft van elk chromosoom één exemplaar in de celkern. n
amylase
het enzym dat nodig is om zetmeel af te breken tot enkelvoudige zuikers
meeldraad
het mannelijke geslachtsorgaan in een bloem, bestaande uit helmdraad en helmhokjes
kieming
het verschijnsel dat een zaad in rust weer fysiologisch actief wordt, uitmondend in de het uitbreken van e kiemwortel uit het zaad.
mutatie
verandering in het erflijk materiaal
gleidbaarheidstest
een stresstest, die meet in welke mate de kiemkracht behouden blijft onder koude natte kiemomstandigheden = koud test! een goede indicatie voor vigor.
kiemworteltje
het worteltje in het zaad of van de zaailing dat uitgroeit tot de primaire wortel van de jonge plant
endosperm
Voedingsweefsel in het zaad. Het endospermweefsel ligt buiten het embryo
perisperm
opslagweefsel in rijp zaad, ontstaan uit nucellusweefsel (2n) van de moederplant
moleculaire merker
techniek waarmee verschillen in DNA van vershillende planten zichtbaar gemaakt kunnen worden
korrel
een graanvrucht, als term meestal gebruikt voor maiskorrel
poortje
opening in de integumenten, waarlangs de pollenbuis bij bevruchtimg naar binen gaat en het worteltje bij keiming naar buiten komt
slangentrieur
zaadschoningsmachine zonder bewegende delen, die zaden scheidt op vorm, wardoor de middelpuntsvleigende kracht in een slangenglijbaan verschilt
kwekersrecht
intellectueel eigendomsrecht van een kweker op een ras.
stempel
het bovenste deel van de stamper, dat het stuifmeel opvangt
narijping
de fysische en/of chemische veranderingen die optreden in rijp zaad en resulteren in opheffen van kiemrust.
pluimpje
het bovenste deel van het stengeltje van een embryo,bestaande uit het groeipuntje met daar omheen gevouwen de eerste blaadjes
fysiologische rijpheid
de rijpheid van zaad op het moment dat het zaad zijn maximale drogetstof gehalte beriekt
zaadpartij
een hoeveelheid zaad van een ras waarvan de herkomst en de geschiedenis bekend is en die in de kwaliteitscontrole als 1 nummer/partij wordt beschouwd
duurzaamhied
het levensduur van zaden
merker
kenmerk van een plant dat een aanduiding is voor een andere eigenschap van die plant.
zaadbewerking
het hele process van schonen, behandelen and gereedmaken van zaad voor de verkoop
raszuiverheid
het verschijnsel dat een plant vodoet aan de raseigenschappen van het betreffende ras
aleuronlaag
een eiwitrijke laag cellen rondom het endosperm of peripserm.
genotype
het geheel aan erfelijke eingenschappen van een plant; gecodeerd op de chromsomen
normale zaailing
Zaailingen die in een kiemtoets laten zien dat ze goed keimen en zich tot een normale kiemplant ontwikkelen
embryo recue
een technique waarbij het embryo uit het zich ontwikkelends zaadje wordt gehaald en via weefselkweek wordt opgekweekt tot een plantje
embryo
Het geslachtelijke deel van het zaad, dat ontstaan is na bevruchting van de eicel met een zaadcel en dat bij keiming een kiemplantje vormt.
cotyl of kiemlob
het blad van een embryo dat kan dienen als reserveorgaan of adsorptieorgaan. Sorten hebben een of twee cotylen voor keiming.
anthere
helmhokje, uiteinde van de meeldraad, waarin het pollen wordt gevormd
navelstreng
weefsel dat de zaadknop verbint met de vruchtwand
rasechtheid
de eigenschap dat zaden of planten horen bij het ras met alle bijbehorende eigenschappen
sabiliteit
het verschijnsel dat een ras, als het op de gewaseigen manier wordt vermeerderd, zijn karakteristieke eigenschappen houdt
imbibitie
de eerste opname van water door zaad, nodig om de keiming te starten, eerste fase van keimen
vruchtwand
buitenste deel van de vrucht, bestaande uit endo-, meso- en exocarp
aminozuur
een chemische bouwtseen voor eiwitten
kerndeling
het proces van kerndeling waarbij twee identieke dochtercellen worden gevormd
coleoptiel
het vliesje dat ter berscherming rondom het pluimpje en het embryo van grasachtigen zit
zaailing
een jonge plant vanaf de keiming totdat hij zich heeft ontwikkeld tot een zelfastandige plant
kernversmelting
de versmelting van twee (bv; haploide) kernen
vrije radicalen
enzyme "DNA-beschadiging" en "celveroudering" voorkomen.
fysiologische kiemrust
kiemrust die een fysiologische oorzak heeft
vermeerderingsfactor
Aantal kilo goed zaad dat je oogst als je 1 kilo zaad uitzaait
antipoden
drie van de acht celkernen die in de embyozak ontstaan en zich rangschikken tegenover de eicel. Ze hebben geen duidelijke functie.
meerkeiming zaad
Zaad (eigenlijk een vrucht) met meerdere kiempjes
suspensor
een groep cellen, gevormed door deling van de zygote, die het proembryo naast het centrum van de zaadknop duwt en het van voedsel en hormonen uit de moederplant voorziet
oudermateriaal
het genetisch zuivere uitgangsmateriaal van een ras, wat een veredelaar gebruikt als basis voor vermeerdering
werkmonster
het monster dat in het lab genomen wordt uit het verzendmonster om daarmee een toets uit te voeren
triploïde
cel komen in de celkern van elk chromosoom drie exemplaren voor (geslachtschromosomen uitgezonderd). Dit wordt weergegeven met 3n. Elk gen zal dus ten minste driemaal voorkomen
relatieve luchtvochtigheid
maat voor de hoeveelheid waterdamp in de lucht
basiszaad
elite zaad, dat onder verantwoordelijkheid van de veredelaar is geproduceerd en bestemd als uitgangsmateriaal voor productiev van handelzaad.
absorbtie
in dit verband, oopname van water in het zaad
omgevingsfactoren
de milieu-omstadigheden (T, RV, licht etc.)
mitose
de chromosomenparen zich verdubbelen en paarsgewijs uit elkaar gaan. Na de bevruchting begint de eicel zich te delen. Dit proces gaat eindeloos door totdat een mens, dier of plant (eukaryoten) is gevormd
kiemkracht
het percentage zaden uit een partij dat kiemt en normale zaailingen geeft in een standaardtest uitgevord volgen ISTA- voorwaarden
kiemrijp
de toestand van een volledig ontwikkeld zaad dat in staat is om te keimen zodra het onder voor kieming gunstige voorwaarden komt, (zuurstof, water,temperatire)
monster
een hoeveelheid zaad van bekende herkomst en geregistreerd onder een eigen referentienummer
haploid
bevat slechts 1 set chromosomen per celkern ipv de normale 2 sets
diploide
een cel waarvan de celkern van elk chromosoom twee exemplaren bevat (behalve in geval van geslachtschromosomen). Dit wordt weergegeven met 2n.
verdamping
het ontsnappen van watermoleculen (bv, uit het zaad) naar omringende lucht
aftakeling
verlies van groeikracht of kiemkracht
droogmiddel
bijv: silicagel; en sterk vochtadsorbende chemische stof
sorteren/schonen
uit een partij zaad alle zaden scheidt bij soortelijk gewicht
embryo-vorming
het process van groei een ontwikkeling van het embryo
antioxidanten
enzyme zeer belangrijk voor de celbescherming. Werkt tegen vrijeradicalen
apomixis
de vorming van zaad zonder bevruchting
ATP
Adenosinetrifosfaat. Energiedrager. transport van stoffen over het celmembraan. is een verbinding die in de celstofwisseling een sleutelrol vervult als drager van chemische energie
tetrazolium
(TZ) een test waarbij tetrazoliumverkluering zichtbaar gemaakt wordt in welke cellen ademhaling plaatsvindt
elite zaad
Vergelijkbaar met basiszaad; soms wordt onderscheid gemaakt in pre-basiszaad
stijl
het deel van de stamper tussen de stempel en het vruchtbeginsel
hypocotyl
het deel van het embryo of de kiemplant tussen de cotylen en de wortel
raszuiverheid
een maat voor het percentage planten of zaden in een partij die hoort tot het gewenste ras
klipper
Zaadschoningsmachine die wind en zeven werkt.
stofwisseling
de chemische reacites in een levende cel
hydrofiel
wateraantrekkend
zetmeel
Zetmeel, bestaande uit glucosemoleculen die op een bepalde manier gekoppeld zijn
tetraploïde
cel is een cel waarvan in de celkern van elk chromosoom vier exemplaren aanwezig zijn (geslachtschromosomen uitgezonderd). Dit wordt weergegeven met 4n. Elk gen zal dus ten minste viermaal voorkomen.
reductiedeling
het proces van kerndeling waarbij het aantal chromosomen per kern wordt gehalveerd. gemeetvorming
kiem
het embryo in det zaad
DUS eisen
drei eisen waaraan een ras moet voldoen om in aanmerking te komen voor verkeersrecht en kwekersrecht, Distinctness, Uniformity and Stable
hemicellulose
een bestanddeel van de celwand vergelijkbaar met cellulose, maar makkelijker afbreekbaar tot enkelvoudige suikers
recalcitrant zaad
zaad die niet tegen terugdrogen of invriezen kan; zijn moeilijk te bewaren
adventitief embryo
een embryo in het zaad, dat is ontstaan uit moederlijk weefsel in plaats van zygotisch weefsel
zaaddoos
een droge vrucht met droog pericarp en daarin meestal vele zaden
cytokinine
celdelingshormonen, maar zijn ook van invloed op de celgroei en celdifferentiatie. Voorts gaan deze hormonen de veroudering van de plant tegen
kiemrust
het verschijnsel da zaden ondanks optimale kiemomstandigheden niet kiemen omdat er sprake is van een fysiologische en/of morfologische barriere in het zaad
weefselkweek
vegetatieve vermeerdering van planten, waarbij uit een stukje plant op een voedingsbodem een complete plant groeit
eiwitten
Enzymen zijn verantwoordelijk voor de stofwisseling, waarbij voedingsstoffen kunnen worden omgezet in bouwstoffen en energie. een groot aantal gebruikt de energie uit de omzetting van ATP om hun functie te kunnen vervullen.
groeipunt
Deelweefsel in een plant, b.v. in de apex en de wortelpunten of in het zaadembryo
slijmlaag
De plakkerige laag, uit koolhydraten opgebouwd, die bij bepaalde plantensoorten het zaad of de stengels bedekt.
bestuiving
het terechtkomen van het stuifmeel op de stempel
bemonstering
de methode waarmee een representatief monster uit een zaadpartij wordt genomen. aan de hand van dit monster worden in het lab de eigenschappen van de partij beoordeeld
Abscisinezuur
ABA - hormoon- zorgt voor tolerantie tegen stress door vocht- of voedseltekort, belangrijk bij het in rust brengen van zaden en knoppen. Ook is het samen met andere signaalstoffen betrokken bij de reactie van de plant op verwonding en aantasting door ziekteverwekkers.
fytotoxisch
giftig voor planten
peulvruchten
vruchten van vlinderbleomigen
smeul
het verschijnsel dat kiemplanten wegvallen als gevolg van een aantasting door voet- of - bodemschimels
zuivere lijn
nakomelingschap kan een ver ingeteelde (dus homozygote) plant die dezelfde genetische eigenschappen heeft als de moederplant
eenkieming zaad
Zaad met 1 kiempje
embryozak
de vrouwelijke gameetvormende, 8 kernige "cel" in het zaadbeginsel, waaruit na bevruchting het embryo in het endosperm gevormd worden
gameet
een Haploide geslachtscel (stuifmeelkorrel of eicel)
klipper
zaadschonings machine die gebruik maakt van wind een zeven
chromomsoom
drager van erfelijke informatie in de kern van een cel
exocarp
buitenste laag van de vruchtwand
kiembuis
de buis die uit een pollenkorrel groeit en waardoor de mannelijke kern naar de eicel gaat
hydrofoob
waterafstotend
endocarp
het binnenste weefsel van de vruchtwand
navel
zaadlitteken op het plek waar het zaad heeft losgelaten van de vruchtwand
isotherm
de lijn die het verband aangeeft tussen omgevingstemperatuur en vochtgehaalte waarbij zaad geen vocht uitwisselt met de omgeving
orthodoxe zaden
Zaden die terugedroogd kunnen worden in die voor een lang tijd bewaard kunnen worden bij lage temp. en RV
Fotosynthese
een biochemisch proces waarbij de planten, de meeste algen en sommige bacteriën een deel van het licht als energiebron gebruiken om koolstofdioxide en water om te zetten in glucose.
stamper
het vrouwelijke deel van een bloem, bestaande uit stempel, stijl en vruchtbeginsel
rijpheid
mate waarin het zaad is afgerijpt i.e. de zaadvormingsfase heeft voltoid
filmcoating
toevoeging van chemicaliën aan zaad in de vorm van een of meerdere dunne kustof filmlaagjes, waarbij het zaad zijn oorspnkelijke vorm houdt.
levensvatbaarheid
een begrip dat aangeeft dat het zaad alle structuren en bestanddelen bevat voor keiming en ontwikkeling tot een normale kiemplant

Deck Info

136

permalink