cueFlash

Glossary of Dutch Vocab

Start Studying! Add Cards ↓

here
hier
also
ook
what
wat
but
maar
very
heel
black
zwart
zwaar
heavy
wit/witte
white
warm/warme
warm
vies/vieze
dirty
snel/snelle
quick/fast
slecht/slechte
bad
schoon/schone
clean
rood/rode
red
rijk/rijke
rich
paars/paarse
purple
oud/oude
old
oranje
orange
mooi/mooie
beautiful/good looking
licht/lichte
ugly
lelijk/lelijke
ugly
langzaam/langzame
slow
lang/lange
long
koud/koude
cold
kort/korte
short
klein/kleine
small
jong/jonge
young
heet/hete
hot
grijs/grijze
gray
groen/groene
green
groot/grote
big/large
goedkoop/goedkope
cheap
geel/gele
yellow
duur/dure
expensive
dun/dunne
thin
dik/dikke
thick
bruin/bruine
brown
breed/brede
wide
blauw
blue
arm
poor
de vrouw/de vrouwen
woman/women
het vliegtuig/vliegtuigen
airplane
de trein/treinen
the train
de sok/sokken
the sock
de sleutel/sleutels
key/keys
de schoen/schoenen
shoe
het potlood/potloden
the pencil
de persoon/personen
person
de pen/pennen
the pen
de pagina/pagina's
page
de oefening/oefeningen
the exercise
het meisje/meisjes
the girl
de map/mappen
the folder
de kleur/kleuren
the color
de klok/klokken
the clock
het kind/de kinderen
the child
de jongen/jongens
the boy
het huis/huizen
the house
de fiets/fietsen
bicycle
de doos/dozen
the box
het ding/dingen
the thing
de bus/bussen
the bus
de boot/boten
the boot
het bed/bedden
the bed
be bladzijde/bladzijden
the page
de bal/ballen
the ball
de auto/auto's
the car
de tas/tassen
cup
de groep/groepen
band
de radio/radios
radio
muziek spelen
to play music
de piano
piano
het lied/liederen
song
zingen
to sing
dansen
to dance
de ritme/ritmes
the rhythm
de melodie/melodiëen
the melody
de harmonie/harmoniëen
the harmony
de dansvoorstelling/
(voorstelling)
the dance performance
het consert / conserten

or

het optreden / optredens
the concert
de symfonie / symfoniëen
the symphony
het drumstel/drumstellen
the drums
Who are you?
Wie bent u?
I am Hans
Ik ben Hans
Where are you from?
Warr komt u vandaan?
I am (come) from the Netherlands
Ik kom uit Nederland
Where do you live?
Waar woont u?
I live in Amsterdam
Ik woon in Amsterdam
I am Mr. De Jong
Ik ben meneer De Jong
I am (come) from Belgium
Ik kom uit België
I live in Antwerp
Ik woon in Antwerpen
Who
Wie
Where
Waar
Who is Martha Stewart?
Wie is Martha Stewart?
Who is the president of the United States?
Wie is de president van de Verenigde Staten?
What is the Space Needle?
Wat is de Space Needle?
Where is (lies) Seattle?
Waar ligt Seattle?
Where is the White House?
Waar is het Witte Huis?
When is the party?
Wanneer is het feest?
When is your birthday?
Wanneer ben je jarig?
Why don't you say anything?
Waarom zeg je niets?
Why are you selling your car?
Waarom verkoop je je auto?
How do you say this in Dutch?
Hoe zeg je dit in het Nederlands?
How does he do that?
Hoe doet hij dat?
How many books do you have?
Hoeveel boeken heb je?
How much sugar do you want?
Hoeveel suiker wil je?
Which house is the most beautiful?
Welk huis is het mooist?
Which apples do you want to buy?
Welke appels wil je kopen?
I love you but you don't love me
Ik hou van je, maar jij houdt niet van mij
How are you?
Hoe gaat het met je?
Fine, and how are you?
Goed, en met jou?
We're going home
We gaan naar huis
But we're not
Maar wij niet
what is your name?
Hoe heet u?
My name is Michael Jones
mijn naam is michael jones
my first name is Michael
Mijn voornaam is Michael
My last name is Jones
Mijn achternaam is Jones
How do you spell that?
Hoe spel je dat?
What country are you from?
Uit welk land komt u?
I am (come) from the United States
Ik kom uit de Verenigde Staten
Where do you live in the USA?
Waar woont u in the V.S.?
In Seattle
IN Seattle
Where is (lies) that?
Waar ligt dat?
the surname
de achternaam
the village
het dorp (dorpen)
the canal/moat
de gracht (grachten)
The capital
de hoofstad
The country
het land (landen)
The maiden name
de meisjesnaam (meisjesnamen)
the name
de naam (namen)
the number
het nummer (nummers)
the place
de plaats (plaatsen)
the square
het plein (pleinen)
the province
het provincie (provincies)
the state
de staat 9staten)
the street
de straat (straten)
the first name
de voornaam (voornamen)
the road
de weg (wegen)
The United States
de Verenigde Staten
Canada
Canada
France
Frankrijk
Germany
Duitsland
Netherlands
Netherland
Norway
Noorwegen
Goodmorning, Mr. De Vries
Good morning, Mr. De Vries
How do you do?
Hoe maakt u het?
Excellent, and you?
Uitstekend, en u?
Fine
Prima
Hi
Hoi
How are you (How goes it?)
Hoe gaat het ermee?
(I'm) fine and (how are) you?
Goed, en met jou?
(I'm) fine too
Ook goed
Hello
Dag
How are things? (How is it with you?)
Hoe is het met jullie?
(We're) fine, and (how are) you?
Prima, en met jullie
Not bad
Niet slecht
Good morning
Goedemorgen
Good afternoon
Goedemiddag
Good evening
Goedenavond
Everything Ok?
Alles kits?
Everything alright?
Alles goed?
How is it?
Hoe is 't?
How is it? *How is it with it)?
Hoe is 't ermee?
How are things?
Hoe gaat het?
How are things (How goes it with it?)
Hoe gaat het ermee?
How do you do? (How goes it with you?)
Hoe gaat het met u?
How are you doing?
Hoe maakt u het?
Perfect!
Perfect!
Excellent
Uitstekend!
Couldn't be better
Kan niet beter!
Very well
Heel goed
Well
Goed
I can't complain
Ik mag niet klagen
So so (could be better)
Het gaat wel
Not too great
Niet al te best
Fairly badly
Matig
Bad
Slecht
Miserably
Beroerd
Goodbye
Tot ziens
See you later
Tot straks
bye
dag
The greetings
De groeten!
Little greetings
Groetjes
See ya
Doei
to sit
zitten
to make
maken
to see
zien
to hear
horen
to sleep
slapen
to steal
stelen
to lend/borrow
lenen
The greetings!
De groeten
Little greetings!
Groetjes
to be
zijn
to go
gaan
to stand
staan
to strike
slaan
to do
doen
to knock
kloppen
to know
kennen
to be called
heten
to pray
bidden
to travel
reizen
to blow
blazen
to stay
blijven
to taste
proeven
to live
leven
to run
lopen
to turn
draaien
to shine
schijnen
to eat
eten
to bicycle
fietsen

Add Cards

You must Login or Register to add cards