cueFlash

Glossary of Dutch Phrases 2

Start Studying! Add Cards ↓

Hello
Hallo
Good day
Goedemorgen
Good evening
Goedenavond
Good night
Goedenacht
Hi (informal)
Hi / Dag
Bye
Dag
See you soon
Gauw tot ziens
Where?
Waar?
When?
Waneer?
Why?
Waarom?
Who?
Wie?
What?
Wat?
How?
Hoe?
How much/many?
Hoeveel?
Is/Are there?
Is/Zijn er?
Please
Alstublieft
Thank you (very much)
Dank je/u (zeer)
Excuse me?
Neem me niet kwalijk
I'm sorry, but...
Het spijt me, maar...
That's a shame...
Dat is jammer
May I?
Mag ik... ?
Yes
Ja
No
Nee
That depends
Dat hangt er van af
I don't know
Ik weet het niet
I don't think so...
Ik denk het niet
I suppose so
Ik denk het
I think so
Dat denk ik
It doesn't matter
Het doet er niet toe
I don't mind
Het kan me niet schelen
Of course
Natuurlijk / Zeker
True
Waar
With pleasure
Met plezier
Congratulations!
Gefeliciteerd!
Happy Birthday!
Fijne Verjaardag
Happy Christmas!
Prettige kerstdagen!
Happy New Year!
Gelukkig NieuwJaar!
Happy Easter!
Zalige paasdagen!
Good luck!
Veel geluk
Enjoy the meal!
Smakelijk eten
Have a safe journey!
Goede reis!
Have a good holiday!
Prettige vakantie!
Take care!
Doe voorzichtig!
Have a nice day!
Een goede dag verder!

Add Cards

You must Login or Register to add cards