cueFlash

Glossary of Dutch yr 2

Start Studying! Add Cards ↓

aandoen (het licht)
to switch on
aangetekend: een aangetekende brief
a registered letter
aankomen
to arrive
aankomst (de)
the arrival
aanzetten
to put on (radio)
aarzelen
to hesitate
abonnee (de)
the subscriber
achterlaten
to let
adres (het)
the address
advies (het)
the advice
af en toe
sometimes
afhalen
to fetch
afmaaien: het gras afmaaien
to cut the grass
afwezig zijn
absent, not at home
afwezigheid (de)
the absence
alarmsysteem (het)
the alarm-signal
alleen
alone
allerlei
all sorts of
antwoordapparaat (het)
the answering machine
astroloog (de)
the astrologer
auto-ongeval (het)
the car accident
bankkaart (de)
the bankcard
batterij (de)
the battery
belangrijk
important
benzine (de)
the petrol
benzinestation (het)
the petrol-station
bericht (het)
the news, the report
beschermen
to protect
bestaan
to exist
bestaand
existing
betalen
to pay
beu: het beu zjjn
to be sick (tired) of something
beurt (de)
the turn
bewaring: in bewaring geven
to deposit
bewoond
inhabited
bezienswaardigheid (de)
the curiosity
binnenland (het)
the interior, the inland
boodschap (de)
the message
boogie (de)
the spark-plug, the plug
brengen
to bring
brievenbus (de)
the letter-box
bui (de)
the shower
buitenlands
foreign
buur (de)
the neighbour
buurt (de)
the neighbourhood
cheque (de)
the cheque
chequeboek (het)
the cheque-hook
commissariaat (het)
the police-station
dief (de)
the thief
dienst (de) waarmee kan ik u van dienst zijn ?
can I help you ?
dik
fat
document (het)
the document
echt
really
eens: het (niet) eens zijn met
to (dis)agree
eiland (het)
the island
eindigen
to finish
emotie (de)
the emotion
eventueel
possible, possibly
fiche (de)
the card
financiën (de)
the finances
gebeuren
to happen
geld (het)
the money
geluksnumrner (het)
the lucky number
geemeente(de)
the municipality
gemeentepolitie (de)
the municipal police
genoegen (het): tot genoegen
pleased to have met you!
gepast
appropriate
gewonde (de)
the wounded man
goederen (de)
the goods
gokje (het): een gokje wagen
to gamble
graag: ik had graag
I would like to
graag gedaan
you are welcome
gras (het)
the grass
grasmaaier (de)
the lawn-mower
helpen: waarmee kan ik u helpen?
can I help you ?
herhalen
to repeat
hoofdpostkantoor (het)
the main post-office
indruk (de)
the impression
informeren naar
to inquire
inlichting (de)
the information
inlichtingendienst (de)
the information service
juweel (het)
the jewellery
kansnummer (het)
the chance number
kansspelletje (het)
the game of chance
kleuren
to colour
kluis (de)
the strong room / safe
koel
fresh
kortom
in short, in brief
leuk
funny
licht (het)
the light
liggen: het ligt klaar
it’s ready
lijn (de)
the line
logo (het)
the logo
loodvrij
lead-free
loop (de) : in de loop van
in the course of
losbandig
dissolute, licentious
luchthaven (de)
the airport
mogelijkheid (de)
the possibility
mop (de)
the joke
motorkap (de)
the bonnet
nauwkeurig
precise, accurate
neerlaten
to let down
niks
nothing
nodig hebben
to need
noteren
to note down
nuttig
useful
oliepeil (het)
the oil-dip
omvatten
to enclose, to include
onderdeel (het)
the part, the lower part
onderhoudsbeurt (de)
the maintenance
onderweg
on the way
onmiddellijk
immediately, straight away
ontmoelen
to meet
opbellen
to phone
opbergen
to put away, to store
opendoen
to open
ophalen
to raise
opletten
to pay attention to
oplossen
to solve
opmaken
to draw up
opnieuw
again
opsturen
to send
pakje (het)
the parcel, the packet
partij (de)
the (other) side
pech hebben met
to be in trouble
persoonlijk
personally
plaatsvinden
to take place
portier (het)
the door
postzegel (de)
the stamp
prima
fine, great
raad (de)
the advice, the counsel
raadgeving (de)
the piece of advice
reeds
already
rekening (de)
the account
rekeninguittreksel (het)
the statement of account
relatie (de)
the relation, the connection
rijkswachtpost (de)
the police station
rolluik (het)
the rolling shutter
slot: op slot doen
to lock
spaarrekening (de)
the saving account
spel (het)
the game
spoedzending (de)
the emergency sending
staan
to stand
stier (de)
the bull
storten : geld storten
to pay
strikt
strictly
sturen
to send
taak (de)
the task
telefonist(e) (de)
the telephone operator
telefoondienst (de)
the telephone service
telefoonnummer (het)
the telephone number
telegram (het)
the telegram
tijdje (het)
the while
toezicht (het)
the supervision
tweewieler (de)
the two-wheeler bicycle
uitdrukken
to express
uiteindelijk
eventually
vakantie : op vakantie
on holiday
vandaag
today
vastmaken
to fasten
veilig
safe
veranderen
to change
verschillend
different
vertrek (het)
the departure
vertrouwen
to trust someone
vertrouwenspersoon (de)
the confidential person
vervoermiddel (het)
the means of transport
verwittigen
to inform
verzenden
to send
vitaal
vital
vlucht (de)
the flight
volgend
next
volgorde (de)
the order
voltanken
to fill up
voorspellen
to predict, to forecast
voorwerp (het)
the object
vrij : er is nog plaats vrij
there is room free
vrijgezel (de)
the bachelor
VS (de) : Verenigde Staten (de)
the United States
waardebon (de)
the voucher
waardevol
precious
wagen (de)
the car
weerinformatie (de)
the weather information
weerstation (het)
the weather station
wegslepen
to tow
wens (de)
the wish
weten
to know
willen
to want
winst (de)
the profit
wisselen : geld wisselen
to change money
wolkenveld (het)
the bank of clouds
woning (de)
the habitation
zeil : een oogje in het zeil houden
to keep an eye on things
zelfs
even
zin (de)
the desire, the longing
aanbrengen
to apply
aanhangwagen (de)
the trailer
aankruisen
to tick
aantasten
to touch
aanwezig
present
adem (de)
the breath
afkoelen
to cool down
angel (de)
the sting
angst (de)
the fear
antibioticum (het)
the antibiotic
antigifcentrum (het)
the poison centre
apotheker (de)
the chemist
appel (de)
the apple
banaan (de)
the banana
bang
afraid
bedekken
to cover
bekijken
to look at, to examine
beschuit (de)
the biscuit
beslist
absolutely
bestrijken
to spread
bewegen
to move
beweging (de)
the movement
bijten
to bite
blaar (de)
the blister
blikopener (de)
the tin opener
bloedgroep (de)
the blood group
blussen
to extinguish, to put out
boos
angry
borstel (de)
the brush
hot (het)
the hone
braken
to vomit
branden
to burn
brandwonde (de)
the burn
briefpapier (het)
the writing paper
compres (het)
the compress
contact opnemen met
to contact somebody
dalen
to fall, to drop, to decrease
deken (de)
the blanket
deugniet (de)
the good for nothing
doek (de)
the cloth
doven
to extinguish, to put out
druk: het druk hebben
to be busy
dynamisch
dynamic
eetlepel (de)
the table spoon
ei (het)
the egg
fiche (de/het)
the card, the form
flauw
faint
flesopener (de)
the bottle-opener
fototoestel (het)
the camera
gebruikelijk
usual
geneesmiddel (het)
the medicine
geslacht (het)
the sex
gespannen
stressed, stained
gevaar (het)
the danger

Add Cards

You must Login or Register to add cards